Haak zelf deze grappige pannenlap

Haak zelf deze grappige pannenlap

Hieronder vind je het originele patroon van deze leuke kippenpannenlappen. Je haakt ze zelf met enkele basissteken.

Kippenpannenlap

Herinner je de gehaakte pannenlapjes bij oma in de keuken nog? Met enkele basissteken kun je er nu ook zelf eentje haken. Volg dit patroon en je maakt een vrolijke pannenlap in de vorm van een kip.

Dit heb je nodig:

  • bolletje katoen haakgaren in een kleur naar keuze
  • restje rood haakgaren voor de lelletjes en de kam
  • restje geel haakgaren voor het snaveltje
  • haaknaald van 2,5 of 3 mm (afhankelijk van eigen voorkeur)
  • een grote, stompe naald om de draadjes mee af te werken
  • per kip twee zwarte kralen of wat zwart haakgaren

Zo ga je te werk:

  1. 1ste toer: Maak een ketting van 25 lossen.
  2. 2de toer: Maak een vaste in elke losse (begin in de tweede losse vanaf de haaknaald). Maak aan het einde van de toer een keerlosse.
  3. 3de-10de toer: Draai aan het begin van elke toer het werk om en haak in elke vaste weer een vaste. Meerder aan het begin en het einde van elke toer één steek. Dit doet u door een extra losse toe te voegen, dus: maak twee keerlossen in plaats van de gebruikelijke één, en begin in de tweede steek vanaf de naald.
  4. 11de-15de toer: Meerder niet meer, maar haak door op dezelfde breedte (aan het einde van elke toer één keerlosse).
  5. 16de-29ste toer: Minder aan het begin van elke toer één steek. Doe dit door geen keerlosse te maken en begin in de tweede steek vanaf de naald.
  6. 30ste-37ste toer: Stop met minderen, maar haak door op dezelfde breedte (aan het einde van elke toer één keerlosse).
  7. 38ste toer: idem als de 37ste toer, maar maak geen keerlosse.
  8. 39ste toer: Haak één vaste, sla een steek over en ga door met vasten maken. Sla de een-na-laatste steek over en eindig met een vaste. Maak geen keerlosse.
  9. 40ste toer: Haak een vaste in de tweede steek vanaf de haaknaald. Sla een steek over en haak weer een vaste. Herhaal dit tot het einde en hecht de draad af. Verder: Haak een rand van vasten rondom de kip in dezelfde of een contrasterende kleur.

Haak daarna de kam boven op het hoofd van de kip met rood garen. Begin rechtsboven aan de kop met een vaste, maak vervolgens een trosje van vijf stokjes in dezelfde steek. Ga door met een vaste, maak vervolgens tien lossen voor het ophanghaakje en zet deze weer vast met een vaste. Maak het volgende lelletje op dezelfde manier als de vorige en zet hem weer vast met een vaste.

Haak de vleugeltjes op het schuine stuk van het lichaam. Dat zijn drie trosjes van vijf stokjes naast elkaar, met elke keer een vaste er tussen en een vaste aan het begin en eind.

Het snaveltje maak je door een ketting te maken van vier lossen en deze samen te voegen tot een ring. Haak vervolgens drie lossen en daarna in de ring nog eens zes stokjes. Maak een vaste in de derde beginlosse om het snaveltje af te werken. Het lelletje maakt u door een ketting van vier lossen te maken. Haak in de derde losse van de naald een trosje van vijf stokjes en hecht deze af in de vierde losse.

Om het geheel af te werken strijk je de pannenlap even mooi plat. Naai er daarna de lel, snavel en twee kralen als oogjes aan en klaar is jouw pannenlap!

Tip: Dit een mooi beginnersproject. Het is niet erg als de kip wat groter, kleiner, breder of smaller uitvalt: het gaat om een creatief resultaat en niet om perfectie!

Zo maak je een... 

  • opzetlus
Vorm van de draad een lus, steek de haaknaald erdoor en trek de draad door de lus. Het lusje moet soepel over de naald glijden.
  • losse
Steek de naald vervolgens onder de draad, dit heet 'een omslag maken', en haal de draad door de lus. Ga door totdat je het benodigde aantal lossen hebt gemaakt. Het aantal lossen tel je zoals aangegeven in de illustratie. De lus die op de naald zit telt niet mee.
  • vaste
Steek de naald door de tweede losse vanaf de naald. Maak een omslag en haal de draad door de lus: je hebt nu twee lussen op de naald. Maak weer een omslag en haal deze door de beide lussen: er is één lus over. Herhaal deze steek in de volgende losse.
  • stokje
Maak een omslag en steek de naald in de derde losse vanaf de naald. Maak weer een omslag en haal deze door de losse: je hebt nu drie lussen op de naald. Maak weer een omslag en haal deze door de eerste twee lussen: er blijven twee lussen achter op de naald. Maak nog eens een omslag en haal deze door de overgebleven twee lussen: je eindigt met één lus.

Enkele termen verklaard
toer = een rij van steken
keerlosse = een losse die je aan het einde van iedere toer toevoegt
trosje = een groepje van stokjes in dezelfde losse
ring van lossen = een (kleine) ketting van lossen, waarbij je het einde met het begin verbindt om zo een ring te maken

Meer leuke handwerkprojecten?

De leukste brei-, haak, en naaiprojecten vind je in onze special Naald & Draad voor slechts € 7,95.

Bestel hier