Maak een vogelhuisje van wol
Zin om lekker te knutselen? Maak zelf vogelhuisjes van wol! Reina de Vos uit het Friese Rotstergaast laat stap voor stap zien hoe ze vogelhuisjes maakt. Elk exemplaar is uniek en heeft zijn eigen karakter.
Benodigdheden
- genoeg wol; mag ruwe, vuil gekaarde wol zijn
- ronde mal van flexibel plastic dat niet glad is, bijvoorbeeld geknipt van een campingmatje, plastic underlayment of een yogamatje. De precieze afmeting kunt u zelf bepalen, houd ongeveer een diameter van 50 cm aan
- stuk oude vitrage
- warm water
- zeep
- houten ring
- ballon
- eventueel lappen vilt en (zelfgesponnen) dik wollen garen voor de laatste laag
- panty
- handboortje en ijzerdraad om op te hangen
Volg verder het stappenplan hieronder bij de foto’s.
Stap 1
Maak een ronde lap vilt ter grootte van de mal. Leg hiervoor de mal op tafel. Bedek de mal met een laag van de wol en leg hierop de vitrage. Maak de wol vochtig met warm water en wrijf het geheel in met zeep. Begin de wol te vollen: wrijf met je handen over de wol zodat het viltproces gaat beginnen. Werk eerst voorzichtig; zodra de wol begint te vervilten kun je harder gaan wrijven.
Stap 2
Maak nu een zelfde lap vilt, maar dan groter dan de mal. Zorg dat de uiteindelijke lap zo’n 7 tot 10 centimeter groter is dan de mal.
Stap 3
Leg de lappen in laagjes neer: leg eerst de grootste lap op tafel en daarop de mal. Vouw het overhangende gedeelte naar binnen. Maak de rand alvast wat vochtig en wrijf de rand in met zeep.
Stap 4
Leg nu de ronde lap ter grootte van de mal er boven op. Maak ook deze vochtig en wrijf in met zeep.
Stap 5
Bedek de vorm nu met een nieuwe laag wol, zowel aan de bovenkant als de onderkant. Vouw de randen om.
Stap 6
Bedek het geheel met de vitrage. Maak het weer vochtig en wrijf in met zeep. Begin weer met vollen (zorgvuldig wrijven tot het viltproces op gang komt) en vervolgens met vilten.
Stap 7
Als de wol vervilt is, rol dan de ronde vorm rond een dunne bezemsteel en rol het geheel flink heen en weer om het verder te vilten. Rol minimaal vijftig keer en draai de vorm dan een kwartslag. Herhaal tot alle vier kanten zijn geweest en draai de vorm dan om. Rol aan deze zijde ook alle vier kanten minimaal vijftig keer.
Stap 8
Werk zo door en bouw het vogelhuisje laagje voor laagje op. Uiteindelijk moet de dikte van de ‘muren’ van het vogelhuisje 2 tot 2,5 centimeter zijn. Dit opbouwen van de dikte gaat wat op gevoel, maar is wel het belangrijkste element bij het maken van het vogelhuisje. Als de wol goed vilt, krimpt de wol ook. Als de ronde vorm eigenlijk niet meer om de mal past, bent u klaar met vilten. Knip er een kruis in.
Stap 9
Verwijder de mal voorzichtig door het kleine gaatje.
Stap 10
Naai nu met enkele steekjes de houten ring vast aan de vilten vorm, om zo de opening van het vogelhuisje te maken. Hier kun je variëren: gebruik bijvoorbeeld een festonsteek voor een decoratieve toevoeging.
Stap 11
Doe een ballon in het gaatje en vul hem met een beetje water.
Stap 12
Blaas de ballon verder op. Hoe groot u de ballon nu maakt, bepaalt de uiteindelijke afmeting van het vogelhuisje. Hier kun je ook variëren: een andere vorm ballon (bijvoorbeeld een hartjesballon) geeft een ander resultaat.
Stap 13
Bepaal nu de buitenste laag van het vogelhuisje. Bekleed de vorm bijvoorbeeld met een lange lap ruwe vilt (uit de winkel) en omwikkel het huisje met wollen garens. Varieer met kleuren en vormen om elke keer weer een ander resultaat te krijgen.
Stap 14
Het vogelhuisje begint vorm te krijgen; het is nu klaar voor een laatste viltronde in de wasmachine. Op de foto zie je dat er aan de ballon een lapje is geknoopt om de ballon straks makkelijker uit het huisje te halen.
Stap 15
Pak het vogelhuisje in een oude panty en knoop deze dicht.
Stap 16
Plaats het huisje in de wasmachine, samen met een oude handdoek. Zet de wasmachine aan op een gewoon programma op 40 graden.
Stap 17
In de wasmachine vilt het huisje nog verder en neemt het de vorm aan van de ballon. Als het programma klaar is, haal je het huisje uit de machine. Verwijder de panty en de ballon. Eventueel kun je het huisje nu nog in vorm trekken. Laat het huisje goed drogen.
Om het huisje op te hangen, boor je met een handboor een gaatje in de achterkant. Met behulp van een ijzerdraad kun je het huisje nu ophangen waar je wil.
Fotografie: Otto Kalkhoven
Klaske werkt al vele jaren met plezier voor het tijdschrift Landleven. Als culinair redacteur schrijft ze verhalen en ontwikkelt ze recepten. Ze kookt, proeft, kookt nog eens en schrijft de recepten daarna zo smakelijk (en nauwkeurig!) mogelijk op. De ingrediënten komen altijd uit het seizoen, het liefst uit haar eigen moestuin. Inmaken, jam en sap koken en wecken zijn haar passie. Ze is tevens moeder van drie kinderen.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."















