Zoem-meeting met Nynde: alle kleine beestjes helpen
Greenfluencer Nynde de Wit is fan van alles wat fladdert, kruipt, zoemt en bloeit, en van bijen in het bijzonder. Haar balkon (17m2 in Den Haag) is één groot feestmaal voor insecten en bestuivers. Dat zo’n balkon met ups (een grote bloemenzee) en downs (hallo taxuskever) gaat, daarover praat ze ons in elk nummer bij. Waarbij ze meteen tipt hoe jij zo’n bijenwalhalla kunt creëren. Deze keer: alle kleine beestjes helpen.
Volop bloei
Je knippert één keer met je ogen en ineens is alles groen. Ook op mijn balkon schiet alles de grond uit en wordt het met de dag voller en beweeglijker. Toch volgt elk hoekje zijn eigen ritme, want terwijl het zonnige deel langzaam ontluikt in een zee van alliums, margrieten en beemdkroon, bloeit het er in het schaduwrijke stukje al weken vrolijk op los. Donkere ooievaarsbek, vergeet-mij-nietje, gele dovenetel, en wilde akelei vormen samen een levendig tapijt waar hommels continu af en aan vliegen.
Vaak wordt gedacht dat een tuin of balkon in de schaduw maar weinig te bieden heeft. Dat dacht ik zelf ook toen ik begon met balkontuinieren. Planten in de schaduw hadden het zwaar, zaten onder de meeldauw en kwamen nauwelijks tot bloei. Ik stond op het punt het op te geven, tot ik ontdekte dat erzich onder de oppervlakte iets heel anders afspeelde. Uit de bladeren waren kleine halfronde hapjes gegeten en even later lagen er overal dode planten verspreid over het terras.

Onverwachte gast
Na lang zoeken wist ik het zeker: het werk van de vraatzuchtige taxuskever. Haar larven zaten diep in de grond verstopt, soms met honderden tegelijk, en hadden zich tegoed gedaan aan de wortels. Wat begon in één hoekje, verspreidde zich langzaam over het hele balkon. Een nachtmerrie voor elke tuinier.
In plaats van hard in te grijpen, koos ik voor een zachte aanpak door aaltjes, ook wel nematoden genoemd, in te zetten. Je bestelt ze online en krijgt een doosje met een legertje onzichtbare beestjes toegestuurd die je mengt met water en over de aarde giet, waarna zij het werk doen. Door dit soort natuurlijke vijanden in te zetten, kan de natuur het vaak met een beetje geduld zelf oplossen.
En dat blijkt, want na twee jaar aaltjes toepassen heb ik geen kale wortels meer de grond uit getrokken. Zelfs het vingerhoedskruid durft haar prachtige, klokvormige bloemen te laten zien, terwijl tussen de klimop en vrouwenmantel allerlei vogels, spinnen en andere kleine bewoners beschutting vinden.
Een balkon vol verrassingen
Dat mijn schaduwhoekje na al die tijd zwoegen en ploeteren zo schitterend tot leven zou komen, had ik nooit verwacht. Het herinnert me eraan dat de natuur nu eenmaal vol verrassingen zit. Een perfect stukje groen bestaat simpelweg niet. Zeker op een balkon, waar de omstandigheden minder ideaal zijn dan in de vollegrond, horen tegenslagen erbij.
Soms duikt er een geniepig kevertje op, zit een plant helemaal onder de luizen of hebben de slakken weer een feestje gehad. Dan denk ik: ach, zij wat, ik wat. Het is eigenlijk een illusie om te denken dat we onze tuinen en balkons helemaal naar onze hand kunnen zetten. Je deelt je groene oase met ontelbaar veel andere wezens en dan zal er dus ook af en toe wat van je planten worden gesnoept. Dat is juist het teken dat je balkon of tuin leeft en onderdeel is van een ecosysteem. Daarom haal ik voortaan mijn schouders op als ik weer voor een uitdaging kom te staan.

Biodiversiteit
Belangrijk is om de balans zo min mogelijk te verstoren, de regie met een zachte hand te voeren en vooral geen gif te gebruiken. En door te zorgen voor meer biodiversiteit, geef je nuttige helpers een plek en krijgen ongewenste gasten vanzelf minder kans. Het vraagt om geduld, loslaten en vertrouwen, zodat het evenwicht weer terugkeert.
Vaak denk ik dan aan de grote, wilde tuin van mijn opa en oma, waar ik ben opgegroeid. Niet strak, niet perfect, maar warm, rommelig en vol leven. Daar leerde ik, zonder dat ik het toen doorhad, iets belangrijks: de natuur weet vaak zelf de weg — wij hoeven haar alleen maar te ondersteunen.
Wilde bijen & honingbijen
In mei en juni draait het voor bijen om een continu aanbod van bloemen. Nectar geeft ze brandstof, stuifmeel is voedsel voor hun larven. Toch is niet elke bij hetzelfde: hun lichaamsbouw bepaalt welke bloemen ze het liefst bezoeken. De één heeft een korte tong voor brede, ondiepe bloemen, de ander een lange voor diepe, buisvormige. Met een variatie aan biologische en inheemse planten in verschillende vormen, kleuren en bloeitijden krijgt elk beestje wat wils.
Volg Nynde voor meer tips op instagram: @bijenbalkon