Slow life in de Randstad: de moestuin
Schrijver Charlotte Verloop-Brandhorst woont met haar man en kinderen onder de rook van Rotterdam, maar droomt van een slow life op het platteland. In deze column neemt ze ons mee van droom naar werkelijkheid.
Dolblij waren we toen we ons huis kochten in een dorp dicht bij Rotterdam. Een eigen huis, met meerdere verdiepingen en een tuin. Wat zeg ik, twéé tuinen. Nee, ze lijken in niets op de nonchalante, avontuurlijke boerderijtuinen waar ik van droom, maar het zijn tuinen. Onze tuinen. En dus zetten we onze schouders eronder om groene oases te maken van de vierkante stukjes grond voor en achter ons doorzonhuis.
Van kattenbak naar moestuin
De voortuin moet er als eerste aan geloven. Want de stenen vierkanten met allerlei groeisels zijn leuk, maar lokken nou niet echt naar buiten. Sterker nog, ze zorgen dat ik liever via de achterdeur het huis uit ga, aangezien de buurtkatten dankbaar gebruikmaken van de bakken die meer grond dan groen bevatten.
Wat we willen is een voortuin die ons naar buiten roept. Waar we iets mee kúnnen. Iets wat past bij ons voornemen om een slow life in de Randstad te leven. We beginnen een moestuin! Alles wat te maken heeft met beton- en grindtegel verdwijnt. We timmeren zes moestuinbakken, omringen een trotse vijgenboom met geurige lavendelplanten en vullen de rest van de ruimte met wat oud-Rotterdamse klinkers en houtsnippers.

Randstad-moestuin
En daar is hij dan, onze Randstad-moestuin. Gewoon voor de deur. Vanaf de bank kunnen we nu kiezen: een blik op de televisie of een blik op onze groeiende gewassen. In de winter die volgt bereiden we ons voor op ons eerste moestuinseizoen. In gedachten en op papier delen we onze veelbelovende bakken in. Met liefde stoppen we onze eerste zaadjes in kleine potjes, nog net niet met een gefluisterde succeswens.
Samen met de kinderen doenwe een vreugdedansje bij het eerste ontkiemen (waargebeurd). Wanneer het tijd is om onze zaailingen de wijde wereld in de sturen, houden we met samengeknepen billen in de gaten of ze het volhouden (waargebeurd).
Overwinningen
We eten deze zomer alleen nog uit eigen moestuin en ik maak veldboeketjes voor de hele straat. Zingend beleven we ons eerste moestuinseizoen. Waargebeurd? Nee, helaas. We hebben schimmelende kweekbakjes en katten die ook de moestuinbakken weten te vinden. Idem voor de bladluis. Ik moet er even aan wennen dat de moestuin ’s zomers écht elke dag goed begieterd moet worden. En er is meer om te overwinnen.
Maar het valt allemaal in het niet bij de smaak van onze eigen wortelen. Bij de kleine veldboeketjes die ik wél kan maken, en de enorme slinger met strobloemen. De trots die we voelen wanneer we een krop sla uit eigen grond weggeven. Het blijkt een heel fijn ritueel om ’s avonds een rondje te doen met de gieter. En met de kinderen de moestuin onderhouden is misschien nog wel het allerleukste van alles. Ik hoopte op een grote, succesvolle oogst, maar kreeg ik nog veel meer. Ik heb nu al zin in het volgende seizoen.
Nog meer lezen?
Nieuwe column: slow living in de randstad
TEKST EN FOTOGRAFIE CHARLOTTE VERLOOP-BRANDHORST