Column: ’t Huis in de Achterhoek
Als journalist schrijft Mirjam Enzerink al meer dan twintig jaar verhalen voor Seasons. Samen met haar man Erwin en een bevriend stel kocht ze een vervallen boerderij in Lochem en realiseerde er een droom van een buitenplek – al dacht ze soms in een nachtmerrie te zijn beland. In deze column deelt Mirjam haar belevenissen met ons. Deze keer: reekalfjes.
Reekalfjes redden
Een ontmoeting met een ree blijft iets magisch. Ook al zien we ze sinds onze verhuizing naar De Bockhorst regelmatig. Overdag wagen ze zich af en toe op de rand van bos en weide. In herfst en winter staan ze daarbij perfect gecamoufleerd tegen een strook roestbruine varens. Met de verrekijker volg ik ze soms een tijdje. Rustig grazend. Kwispelend met hun staartjes. De oren gespitst, bedacht op gevaar.
Vorig jaar winter was het een groepje van vijf. Vier hinden en een grijsbruine bok. ’s Ochtends zag ik ze soms vanuit mijn werkkamer uit het bosje van de boer vertrekken. Altijd in draf en in dezelfde boog richting de varens. Tegen maart had het groepje zich gesplitst. Soms zag ik de bok alleen rennen, dan weer twee of vier hinden samen. Vanaf april verschenen er alleen nog meeuwen, kraaien en ooievaars in beeld als ik met de verrekijker stond te turen. Vooral als de boer het gras had gemaaid. De trilling van de machine lokt allerlei bodemdieren omhoog, zoals wormen, emelten en muizen. Het weiland is dan één grote voedselbank voor vogels. Maar de reeën lieten zich niet meer zien. En daar was een vrolijke verklaring voor.
Reddingsoperaties
Begin mei worden doorgaans de eerste reekalfjes geboren. Vaak zijn het tweelingen, die overdag roerloos in het hoge gras wachten op moedermelk. De kruidenrijke weides die de boer pacht tegenover ons erf zijn daarvoor perfecte kraamkamers. Maar ook dáár wordt gemaaid. Om de reekalfjes niet te verstoren of te raken, zet eigenaar Natuurmonumenten reddingsoperaties op met behulp van drones.
Vorig jaar vroeg de boer of de buurvrouw en ik hierbij wilden helpen. En gingen we op een vroege maaidag in mei in de nevel op pad. Ongewassen, om geuroverdracht op de kleintjes te voorkomen. Want pasgeboren reekalfjes, zo vertelde de boswachter, zijn geurloos. Zo kunnen natuurlijke vijanden als vossen en wolven ze niet traceren.

Piepjonge reekalfjes
Aan de rand van het veld keken we mee op het scherm van de dronepiloot. Alles met een hartslag lichtte rood op. Een slapende haas, een mol op zijn hoop en… twee reekalfjes, dicht bij elkaar. Gewapend met een oranje mand slopen de buurvrouw en ik door het natte, hoge gras. Via de telefoon gaf een van onze naobers instructies. ‘Nog een meter naar links, een kleine pas naar voren.’ Pas toen we bijna op de rode stip stonden, zagen we het kalfje liggen, verzonken in het hoge gras. Het had witte Bambi-stipjes op de rug als reflectoren voor zijn moeder. Het navelstrengetje hing nog onderaan de buik.
Voorzichtig plaatsten we de oranje mand over het kalfje, die we met grondpinnen vastzetten. We juichten in stilte. En zo stelden we die ochtend nóg drie piepjonge reekalfjes veilig. Waarna de boer ruim om de manden heen kon maaien. Na afloop haalde hij de manden weer weg. De reekalfjes bleven rustig liggen, zagen we op het filmpje dat hij doorstuurde. Missie geslaagd! Het maakte me best een beetje trots.

Beweging in het weiland
Drie weken later stond ik na het ontbijt de bloemen uit de grond te kijken in mijn pluktuin toen ik vanuit mijn ooghoek beweging zag in het weiland. Er kwam een hinde aangerend met een dartelend kalf in haar kielzog. Op zo’n twintig meter afstand bleef het tweetal staan. Het kalf dook direct onder de buik van zijn moeder.
Door de camera van mijn telefoon zag ik zijn staartje kwispelen, de witte stippen op zijn rug. Moeder bleef geduldig staan en draaide haar kop na een tijdje mijn kant op. Zeker een minuutlang keken we elkaar aan. Geen idee of het haar kleintje was, onder één van die manden. Maar in mijn beleving gaf ze me een klein knikje voordat ze kalm het maïsland in liep.
TEKST EN FOTOGRAFIE MIRJAM ENZERINK