Off-grid in de natuur: slapen in een cabin in de Oostvaardersplassen

Off-grid in de natuur: slapen in een cabin in de Oostvaardersplassen

Door de redactie van

Wildkamperen is in Nederland verboden, maar op steeds meer plekken verschijnen zelfvoorzienende cabins midden in de natuur. Ver weg van de bewoonde wereld, zonder stromend water of elektriciteit. Journalist Anne Bonthuis gaat in het Flevolandse Nieuw Land off-grid op een van de nieuwste locaties van Cabiner.

Met één hand duw ik de takken uit mijn ­gezicht, terwijl ik met de andere mijn benen probeer te beschermen tegen venijnige doorns. “Zou dit echt een pad zijn?” Gedruppel gaat over in een stortbui. Water stroomt langs onze backpacks, die we van­morgen enthousiast hebben volgestopt met bonen, tomatenblokjes, thermo-ondergoed, water, een zaklamp, energierepen en ergens ­onderin: de regenjassen.

Off-grid-avontuur in Oostvaardersplassen

We zijn nog maar een uur in het Hollandse Hout op pad, op weg naar onze cabin, maar het voelt nu al als een avontuur. Misschien omdat we hebben besloten om het off-grid­experiment dit weekend serieus aan te pakken: de telefoons blijven uit, dus wandelen we met de uitgeprinte kaart van Cabiner en voor de zekerheid een kompas.

Andere wandelaars komen we niet tegen in dit grote bosgebied aan de rand van de Oostvaarders­­plassen. Wel maken we kennis met de bewoners. Zwanen, ganzen en eenden zwemmen door de slenk naast het pad, een lange watergeul die ­recent door Staatsbosbeheer werd aangelegd om meer dieren en insecten aan te trekken.

Vuur maken en vertragen

Aan een smal bospad ontdekken we de houten cabin, verscholen tussen bomen en struiken. Binnen vinden we een houtkachel, een gietijzeren pan, een bed en een tafel bij openslaande deuren. We hangen onze natte spullen op en proberen vuur te maken. De instructies die we vooraf over ‘slow cooking’ ontvingen, blijken niet overdreven. Na twee uur houtblokken toevoegen, rode wangen en proberen niet weg te dommelen kunnen we eindelijk aanvallen.

Alles waar je thuis niet over nadenkt, is in de cabin ineens een kleine taak op zich: hout­hakken om het vuur aan te houden, grondwater oppompen voor de afwas en wachten tot het water op de kachel eindelijk begint te borrelen. Zelfs het toilet spoelen gaat met een kopje water. Of je wil of niet: vertragen gaat hier vanzelf. Met op de achtergrond het tikken van de regen, het geritsel van bladeren en af en toe iets wat zich hoorbaar door het water beweegt, vallen we die avond in een diepe slaap.

Op ontdekkingstocht

De volgende ochtend worden we gewekt door fel zonlicht. We hebben geen idee hoe laat het is, maar de wereld om ons heen is een stuk actiever dan wij. In overleg mag de telefoon héél even aan. Speciaal voor de Merlin Bird ID-app, die ons leert dat er een koekoek, tjiftjaf, staartmees, zwartkop, merel, vink, Cetti’s zanger en zelfs een ijsvogel in de buurt is.

Tijdens het ontbijt, op de trap voor de cabin, proberen we de verschillende vogel­geluiden van elkaar te onderscheiden. Het is een leuk spelletje ­tijdens het wachten op de pruttelende perco­lator op het vuur. Na de koffie kiezen we een wandelroute van de kaart, via het Hollandse Hout naar het Oostvaardersveld, een bosweidelandschap waar uitzichtpunten en vogel­kijkhutten elkaar afwisselen.

Op weg naar de eerste hut, De Poelruiter, ­spotten we al een groenling in een Amerikaanse vogelkers, een witte kwikstaart die langsvliegt en een roodborsttapuit op de top van een heidestruik. In de hut zelf worden we verwelkomd door een familie boerenzwaluwen, die er een nestje heeft gebouwd. Ze duiken, fladderen en trippelen om ons heen, terwijl wij genieten van het weidse uitzicht over het water en de rietkragen langs de oevers.

Bijzondere ontmoetingen

Terug op het pad staan we regelmatig stil. Niet alleen als we iets zien bewegen in het struik­gewas, maar ook voor een sierlijke distelvlinder op gewone vlier, een withaarmelkzweefvlieg op raapzaad en een veenmol die voor onze voeten verschijnt. Na een paar uur hebben we pas een derde van de route afgelegd, maar het voelt goed om de tijd te vergeten.

Nog steeds komen we geen ­andere wandelaars tegen, waardoor we ons ver weg van de bewoonde wereld wanen. Helemaal als we in De Driehoek, het kerngebied van de Oostvaardersplassen, een konikpaard met haar veulen zien staan en een vos in de verte ­ongestoord langs een paar heckrunderen ­banjert.

Off-grid in de wildernis

“Wie wil nog naar Afrika als je de wildernis van de Oostvaardersplassen kunt ontdekken”, grapt mijn expeditiegenoot. Hij wijst me op een gemengd zwanenkoppel op het water: een knobbelzwaan en een wilde zwaan die het ­opvallend gezellig hebben.

We volgen het mechanische ‘gehoemp’ van een roerdomp richting de gelijknamige uitzicht­toren. Na een klim van tien meter worden we beloond met prachtig uitzicht over de uit­gestrekte graslanden met een kudde koniks, ­moeras, water en bruggetjes.

Het begint al te schemeren als we met de trekpont het water oversteken. Afscheid nemen van dit buitenavontuur is niet makkelijk, dus we ­kiezen niet voor de snelste weg terug. Lukraak slaan we een pad in en laten ons leiden door kwetterende ­putters, die in de lucht om elkaar heen buitelen, even neerstrijken op een distel, om daarna weer in het dichte riet te verdwijnen.

Misschien is dat wel wat een paar dagen off-grid zo bijzonder maakt. Dat je niet alleen vertraagt, maar anders kijkt naar alles waar je normaal zo makkelijk aan voorbijgaat.

Wat is Cabiner?

Zelfvoorzienend leven in het ritme van de natuur: dat is het idee achter Cabiner. De huisjes staan op de mooiste plekken in de Nederlandse natuur en zijn teruggebracht tot de essentie. Elke cabin is ­bereikbaar via een uitgezette wandelroute. Je draagt alles wat je nodig hebt op je rug en kiest voor één nacht of voor een meerdaagse trekking. Na je verblijf maak je de cabin schoon voor de ­volgende gast en neem je het afval mee.

Alle locaties van de cabins worden zorgvuldig ­gekozen op basis van een ecologische toetsing door Staatsbosbeheer. De impact op de flora en fauna wordt gemonitord en na ongeveer vijf jaar wordt de cabin weggehaald om de natuur rust te geven. Van elke overnachting gaat een deel naar een natuurproject in het gebied.

Meer weten?

Het hele artikel staat in Roots september. Bestel deze editie of lees digitaal via mijnmagazines.nl.

Tekst en foto’s Anne Bonthuis