9 Bonentips

9 Bonentips

Boontjes slingeren sierlijk de hoogte in, eerst met subtiele bloempjes bekleed en uiteindelijk vol groene, paarse en gele peulen. Alleen om hun uiterlijk zijn ze al welkom in de moestuin. De smakelijke oogst is een fijne bonus! Ze zijn nog te zaaien! Hier vind je kweektips.

 

  1. Bonen kunnen vanaf half mei de volle grond in. Door ze in potjes voor te zaaien, neem je vast een kleine voorsprong. Bovendien bescherm je de kiemplantjes tegen vogelvraat. Vogels zijn gek op de net kiemende zaden.
  2. Plant de zaailingen pas uit als ze vier blaadjes hebben. Als je toch ter plekke zaait, bescherm je zaaisel dan met wat gaas.
  3. Stokbonen plant je aan stokken van minimaal 2,5 meter hoog. Zet ze op 50 cm afstand van elkaar. Maak op 70 cm afstand een tweede rij en verbind de stokken van beide rijen met een lange stok bovenaan aan elkaar. Per stok zaai je 4 bonen. Zaai stokbonen aan de binnenkant van de stokken: zo vinden de toppen van de plant vanzelf steun.
  4. Met meerdere keren zaaien spreid je de oogst. Afhankelijk van het ras moeten de boontjes op zijn laatst eind juli de grond in.
  5. Luis op de bonen? Sproei weg met water, haal de toppen eruit of spuit met brandnetelthee en zeep of eventueel een biologisch middel als Spruzit.
  6. Bij sommige rassen, zoals Chinese boontjes, pluk je in 2 keer de hele oogst. Bij veel andere kun je met regelmatig plukken de oogst verlengen.
  7. De meeste bonen zijn jong geplukt het lekkerst, dus vaak plukken is het devies. Alleen bij spek- en droogbonen wacht je. Bij spekbonen tot de zaden duidelijk te voelen zijn in de peul, droogbonen mogen aan de plant blijven hangen tot de peul bruin kleurt.
  8. Eet verse bonen het liefst dezelfde dag, want de peulen worden snel minder knapperig.
  9. Een overschot aan bonen is ook prima in te vriezen.

Alles weten over moestuinieren?

Het nieuwe Moestuinieren is het praktijkboek voor in de moestuin. Met maar liefst 896 pagina's en meer dan 2300 onderwerpen

Bestel hier
-->