10 Tips voor de kruidentuin

10 Tips voor de kruidentuin

Verse kruiden uit de tuin zijn heerlijk om mee te koken. Maar waar zet je ze neer? Hebben ze nu zon of schaduw nodig? En hoe zit het met bemesten? Hier lees je 10 tips voor de mooiste en smaakvolste kruiden uit eigen tuin.

1. Zet kruidenplanten in de volle zon. Veel keukenkruiden komen oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied. Voor vrijwel al deze planten geldt dat ze het goed doen in de volle zon. De mediterrane kruiden redden zich ook lang bij droogte, maar subtropische kruiden als verbena, stevia en basilicum hebben wel regelmatig water nodig. Peterselie en kervel doen het beter op een plek in de (half)schaduw met voldoende vocht.

2. Kies plantjes die voor de kruidentuin gekweekt zijn en niet voor de vensterbank. Kruiden in pot uit de supermarkt zijn vaak zo dicht op elkaar gekweekt dat er al snel schimmels ontstaan en de frisse plantjes weg beginnen te kwijnen. Kruidenplantjes die niet uit de kas komen zien er op het eerste gezicht minder goed uit, maar in de kruidentuin halen ze hun 'achterstand' snel in.

3. Over het algemeen kun je de regel aanhouden dat 'zachte' kruiden met flexibele stelen niet winterhard zijn. Kruiden die verhouten, zoals rozemarijn, tijm en lavendel, overleven een niet al te strenge winter wel, al zullen ze een plekje in de koude bak waarderen.

4. De zachte kruiden kun je voor vers gebruik in de winter in een pot op de vensterbank zetten. Laat de plant dan wel rustig aan de hogere binnentemperatuur wennen. Je kunt de zachte kruiden ook drogen, invriezen of bijvoorbeeld in olie inmaken.

5. Veel kruiden kunnen aantrekkelijk bloeien. Het leuke hiervan is dat deze bloemen eetbaar zijn. Voor de meeste kruiden geldt wel dat de smaak van het blad flink terugloopt als ze in bloei schieten. Regelmatig oogsten (dus snoeien) is dus het devies bij soorten die je echt voor hun kruidensmaak wilt telen.

6. Ook bij planten die er na verloop van tijd minder mooi uitzien, biedt snoeien uitkomst. Bij zachte kruiden kun je meestal zonder problemen flink terugknippen. Ze lopen vanzelf weer uit met frisgroen blad. Bij kruiden die verhouten knip je wel met mate: laat voldoende blad aan de plant zitten, zodat deze zich weer snel kan herstellen.

7. De kruiden uit onze kruidentuintjes zijn vers het meest smakelijk. Iedere vorm van inmaken, drogen of andere verwerking leidt tot smaakverlies. Omdat de zachte kruiden alleen tijdens de zomermaanden vers te oogsten zijn, is verwerken een manier om ook in de wintermaanden van hun aroma te genieten. Lees het artikel over kruiden bewaren.

8. Het is zo'n mooi gezicht: een klassieke kruidentuin omrand met haagjes. Toch valt er ook wat voor te zeggen om kruiden over de border of moestuin te verdelen. Sommige kruiden zijn hun groente-, fruit- en bloemencollega's tot grote hulp. Zo helpt basilicum tegen vliegende insecten en meeldauw. Citroenkruid weert koolwitjes van kool, dille bevordert het kiemen van wortel, rode biet en kool en houdt schadelijke insecten op een afstand. Knoflook houdt rozen gezonder en goudsbloem mag overal, want vrijwel iedere plant profiteert van de vrolijk oranje bloemen in de buurt.

9. Niet ieder kruid gedijt op dezelfde standplaats en ook de voedselbehoefte van kruiden onderling verschilt. In losse potten kun je iedere plant de ideale verzorging bieden. Met een mooi assortiment terracotta potten kun je een alternatieve kruidentuinsfeer kweken. Let er bij potten wel extra op dat de planten niet uitdrogen.

10. Kruidenplantjes kunnen met wat mesthulp weelderig gaan groeien. De extra uitbundig gegroeide takken en blaadjes van bemeste kruidenplanten hebben echter meestal een minder uitgesproken smaak en geur dan wanneer ze rustig de tijd krijgen om te groeien. Lavas is een uitzondering: dit 'maggikruid' wil wel graag rijke grond.

Alles weten over moestuinieren?

Het nieuwe Moestuinieren is het praktijkboek voor in de moestuin. Met maar liefst 896 pagina's en meer dan 2300 onderwerpen

Bestel hier