7 vragen en antwoorden over pneumokokken én het vaccin ertegen (advertorial)
Pneumokokken zijn bacteriën die iedereen ongemerkt bij zich kan dragen. Maar kleine kinderen, ouderen en mensen met een verminderde afweer kunnen er heel ziek van worden. Daarom aan Inge Heemstra, huisarts en wetenschappelijk medewerker bij het Nederlands Huisartsen Genootschap, zeven vragen over pneumokokken.
1. Hoe word je besmet door pneumokokken?
“De bacterie zit bij veel kinderen en volwassenen in de neus of keel zonder dat zij het weten – meestal zijn ze er niet ziek van en als ze wel ziek zijn, hebben ze niet het idee dat het door pneumokokken komt”, vertelt Inge. “Wel kunnen zij ondertussen de bacterie aan anderen doorgeven. Dat gebeurt vooral via de kleine druppeltjes die ze met hoesten, niezen of praten in de lucht verspreiden, maar ook via de handen. Mensen met een zwakkere afweer, kleine kinderen en 60-plussers lopen dan het risico pneumokokkenziekte te krijgen.”
2. Wat is dat, pneumokokkenziekte?
Inge: “Er zijn meer dan honderd verschillende typen pneumokokken die onder andere bloedvergiftiging, ontsteking van de neusbijholte, het oor, de longen of het hersenvlies kunnen veroorzaken. Een bijholte-, oor- of longontsteking kan ontstaan na een ‘gewone’ besmetting. Bij een zogenoemde invasieve pneumokokkenziekte komt de bacterie ook in het bloed en/of het hersenvocht terecht en zijn de gevolgen veel ernstiger: bloedvergiftiging, hersenvliesontsteking of een ernstige longontsteking die tot ziekenhuisopname leidt. Kleine kinderen hebben na besmetting meestal last van een bijholte- of oorontsteking, terwijl een longontsteking door pneumokokken vaker voorkomt bij 60-plussers. ”
3. Wat kun je doen om zo’n pneumokokkenziekte te voorkomen?
“De allerbeste bescherming is: vaccinatie. Daarnaast kun je diverse hygiënemaatregelen nemen, zoals vaak de handen wassen, afstand houden van hoestende en niezende mensen en het huis goed ventileren.”
4. Er is dus een vaccin?
“Ja en dat vaccin is gratis voor mensen met een hoog risico op ernstige ziekteverschijnselen, zoals 60-plussers. Kinderen krijgen met 3,5 en 12 maanden de pneumokokkenvaccinatie via het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Verder kunnen mensen die tot een specifieke medische risicogroep behoren het pneumokokkenvaccin via hun behandelend arts krijgen. Dat zijn bijvoorbeeld mensen die afweeronderdrukkende medicijnen gebruiken, die een chronische longziekte hebben of van wie de milt niet goed functioneert.
5. Waar kunnen 60-plussers de prik tegen pneumokokken halen?
“Alle mensen die dit jaar 60 worden én alle mensen die 74, 75, 76, 77 en 78 jaar oud zijn, krijgen dit najaar automatisch een uitnodiging voor de gratis vaccinatie. Die kunnen ze bij hun (huis)arts krijgen, tegelijk met de griepprik.”
6. Waarom krijgen niet alle mensen die ouder zijn dan 60 een uitnodiging?
“Niet iedereen van 60 jaar en ouder krijgt tegelijk een uitnodiging omdat een groot deel al eerder een pneumokokkenvaccinatie heeft gekregen en nog voldoende beschermd is. Vorig jaar kregen de mensen die in 1965 en in 1947 of eerder geboren zijn het nieuwe vaccin PCV20. Van dit vaccin is de verwachting dat één prik genoeg is voor een goede en langdurige bescherming. De mensen die nu tussen de 62 en 72 jaar oud zijn, hebben eerder het vorige vaccin gekregen, dat vijf jaar werkzaam is. Daarom worden zij vijf jaar na hun laatste uitnodiging opnieuw opgeroepen voor het nieuwe vaccin. Dit jaar zijn daarvoor de 74- tot en met 78-jarigen aan de beurt.”
7. Word je niet ziek als je de griep- en pneumokokkenprik tegelijk krijgt?
“Nee hoor”, zegt Inge geruststellend. “Er zijn geen nadelen verbonden aan het tegelijk prikken. Uit onderzoek weten we dat het veilig is. Je kan wel last krijgen van lichte bijwerkingen, zoals spier- en hoofdpijn, maar de kans daarop is met twee prikken niet groter dan met één.”
Meer informatie? Kijk op www.rivm.nl/pneumokokken/pneumokokkenprik