Nieuwe column: slow living in de randstad
Schrijver Charlotte Verloop-Brandhorst woont met haar man en kinderen onder de rook van Rotterdam, maar droomt van een slow life op het platteland. In deze column neemt ze ons mee van droom naar werkelijkheid.
Na een heerlijke vakantie rijden we van de Deense glooiende graanvelden de betonnen Randstad in, en weer bekruipt me dat gevoel. Het gevoel dat me eens in de zoveel tijd aantikt om me pesterig te herinneren aan wat ik niet heb. Een woonboerderij, afgezet met dahlia’s, omringd door een uitgestrekt stuk land. Ruimte voor de kinderen om te rennen, te razen, fikkie te stoken. Voor een geit of twee, en van die gezellige kippetjes. Zonnestralen maken ons wakker; regen sust ons in slaap. Het gevoel blijft aan me plakken. Met heimwee naar het platteland in mijn maag ga ik slapen, met een verlangen naar rust in mijn hart sta ik op.
Een hutje op de hei
Ik hoor en lees over mensen die voor dat hutje op de hei gingen. Voor zo’n woonboerderij in het noorden, een tiny house in Canada of – ultiem in verbinding met de natuur – een reizend bestaan. Mijn man en ik vinden onszelf op de welbekende huizensite, begerig scrollend door al het bakstenen moois elders in het land. Met af en toe een uitstapje naar een Deense makelaardij.
Tot ik op een ochtend wakker sta te worden in de keuken. Een dampende kop koffie in mijn handen, turend uit het keukenraam. Turen kun je het lastig noemen als je met één blik je hele achtertuin hebt gezien. En toch noem ik het zo. Want ik tuur verder dan die postzegel op het oosten. Ik bewonder de morgendauw met in mijn neus de geur van versgebakken brood en in mijn oren het geluid van de laatste gierzwaluwen.

Slow living in Rotterdam
Letterlijk en figuurlijk open ik mijn ogen. Zo kan het toch ook? Wat nou als we dat kalme leven, dat ik verbind aan boshuizen, hei-hutjes en landgoederen gewoon gaan leven in ons eigen fijne huis? Wie zegt dat een tevreden gemoed met aandacht voor het hier en nu pas komt zodra er een woonboerderij met flinke tuin op onze naam staat?
We gaan de bakker gedag zwaaien en bakken vanaf nu enkel nog ons eigen brood. De bestrating van de voortuin moet plaatsmaken voor houtsnippers en moestuinbakken. We willen de buitenlucht binnenlaten zodra de zon op is en gaan slapen zodra ze onder is. We willen meer maken, meer ervaren, meer léven. In de lente gaan we zaaien, in de zomer gaan we oogsten. In de herfst koesteren we het gouden licht; in de winter vieren we de knusse kou.
En gaandeweg vinden we zeker nog meer gewoontes en tradities die van ons rijtjeshuis een kalme haven in de Randstad maken. Onthaasten in de Randstad is – ironisch genoeg – soms hard werken. Het vraagt om bewuste keuzes. Keuzes die soms voor weerstand zorgen. Bij man en kinderen, maar – eerlijk is eerlijk – ook bij mezelf. Toch voelen we, allemaal op onze eigen manier: dit is wat we willen. Graag genoeg om het niet bij goede voornemens te laten. We starten met een slow life, hier en nu.
TEKST EN FOTOGRAFIE CHARLOTTE VERLOOP-BRANDHORST