Tomatenverzorging

Tomatenverzorging in 8 stappen

Er zijn talloze trucs en tips te vinden voor het telen van tomaten. Maar als de planten eenmaal in de kas staan en de oogst kan beginnen, hoe zorg je dan verder voor deze rode rakkers? Lars Seekles van biologische moestuin ’t Plukgeluk staat bij familie en vrienden bekend om zijn onovertroffen smaakrijke tomaten. Hij legt uit hoe hij deze weet te kweken.

 

1. Voeding

“Een lekkere tomaat begint bij de basis”, begint Lars Seekles van zelfoogsttuin ’t Plukgeluk in het Groningse Noordwolde zijn verhaal. “Tomaten zijn gulzige planten en om in één seizoen een grote oogst te krijgen, moet je er wel wat tegenover zetten. Ik begin met een goede laag biologische compost in de tunnelkas. Die bevat voldoende stikstof voor de groei van de plant. Tomaten moeten niet te veel stikstof krijgen, dat geeft een verhoogde kans op neusrot. Direct na het planten strooi ik rondom de plant biologische vinassekali. Kali zorgt voor sterke, weerbare planten, maar helpt ook bij de vorming, smaak en houdbaarheid van de vruchten. Direct na de kaligift geef ik water. De planten houden het hele seizoen behoefte aan kali, daarom geef ik in totaal drie keer in het seizoen vinassekali rondom de plant, steeds met een maand ertussen.”
 

2: Opbinden

“Tomatenplanten schieten enorm de lucht in. Ze kunnen meters hoog worden en hebben ondersteuning nodig. Zelf bind ik ze op met jutetouw. Ik maak een lusje onderaan de steel en wikkel het touw om de plant. Het touw bind ik vervolgens vast aan het plafond. Elke keer als de plant een stukje is gegroeid, draai ik de top voorzichtig rond het touw. Ik vind jute een mooi materiaal in de kas: het oogt natuurlijker dan stokjes waar je de plant met clipjes aan vastzet, of speciale gedraaide tomatensteunen, al werken die natuurlijk ook prima. Touw zou de plant iets kunnen beschadigen, maar zolang je netjes in de plantoksel ondersteunt, gaat het hier prima.”

3. Dieven

“Je moet met tomatenplanten goed de tijd nemen voor de verzorging, anders gaat het fout. Dieven is er een belangrijk onderdeel van. Een dief is een uitschieter in de oksel van de plant. Hij groeit tussen de stengel en een zijscheut. Je verwijdert zo’n dief het liefst als hij nog zo klein mogelijk is. Hoewel deze dieven ook vruchten kunnen geven, wordt de plant er te bossig van. Er gaat te veel voeding naar de stengels en het blad en de plant houdt minder energie over voor de vruchten. De plant heeft niet voldoende energie om alle vruchten goed te laten rijpen en ze blijven ook kleiner. Ook is er minder ventilatie bij zo’n bossige plant en dat maakt hem gevoeliger voor neusrot en andere ziektes. Door te dieven komt er bovendien meer zonlicht bij de vruchten. Die worden zo beter rijp.”
 

3. Toppen

“Zonder begeleiding blijft een tomatenplant het hele seizoen doorgroeien. Zodra de planten hier het dak van de kas bereiken, top ik ze. Dat betekent dat ik de top uit de plant knip; daarmee stopt de verticale groei. Je zorgt er daarmee weer voor dat de plant niet te veel energie steekt in het aanmaken van blad en stengels, maar het is ook praktisch: je moet bij de hele plant kunnen om te verzorgen en te plukken en dan is een lengte van ongeveer anderhalve meter ideaal. Ik laat per plant zo’n vijf à zes trossen staan, de rest knip ik weg. Dat aantal geeft mooie volle tomaten die allemaal goed op smaak komen. In de biologische teelt is dat aantal ideaal. Een hogere plant kan in theorie misschien meer trossen leveren, maar die extra vruchten komen niet meer goed op smaak. De uitzondering zijn cherrytomaten: die kunnen prima meer trossen per plant dragen, dus daar houd ik geen maximum aan.”
 

5. Ventileren

“Tomatenplanten zijn erg ziektegevoelig. Tomaten en vocht gaan niet samen. Daarom teel ik mijn tomaten altijd in een kas. In een goede droge zomer lukt het misschien ook buiten, maar ik vind het risico te groot. De belangrijkste ziekte waar planten buiten last van krijgen is Phytophthora. Het is een waterschimmel, die zich vooral snel ontwikkelt in warme, vochtige omstandigheden. Zit er eenmaal Phytophthora in de plant, dan is het met de oogst gedaan. De planten moeten daarom zoveel mogelijk droog blijven. Regelmatig de kas goed luchten is dan ook heel belangrijk.”
 

6. Water geven

“Ook met water geven hou je de plant zoveel mogelijk droog. Je sproeit nooit de hele plant, maar geeft water bij de wortels. Het liefst geef ik ze water dat niet te koud is; daarom vul ik na het water geven mijn gieters, die vervolgens tot de volgende dag kunnen opwarmen. Tomaten zijn dorstig en het is belangrijk om ze heel regelmatig water te geven. Van veel variatie in de toevoer van water kan de plant ook ziek worden en bijvoorbeeld neusrot ontwikkelen. Het liefst is de grond nog licht vochtig van de vorige dag als je opnieuw water geeft. Ik geef dus elke dag een beetje, bij warm weer ongeveer een liter per plant. Een plant die te weinig water heeft, krijgt opkrullend blad. Geef dan zo snel mogelijk water. Als het blad van de plant slap gaat hangen ben je eigenlijk al te laat. Waarschijnlijk blijft je oogst dat jaar achter en zul je kleinere vruchten krijgen.” 
 

7. Blad verwijderen

“Mooi is het niet, maar tijdens het groeiseizoen knip ik een flink deel van de stengels en het blad van het onderste deel van de plant weg. Dat begint bij de vergeelde bladeren onderaan de stengel. Zodra er vijf à zes trossen hangen in juli of begin augustus, maak ik de onderste helft van de planten bijna kaal. De bovenste helft houdt wel blad: het blad zet zonlicht om in suikers. Blad plukken helpt voor de ventilatie, er blijft veel energie over voor de vruchten en er valt meer zon op de vruchten, wat de smaak en de rijping ten goede komt. Mijn ervaring is dat hoe meer ik wegknip, hoe beter het is voor de vruchten. Maar ik knip nooit verder dan de laagste tros die nog aan het rijpen is. Ik knip met een scherpe schaar vlak langs de stengel, dat geeft strakke wonden en minder kans op ziektes en infecties. Ik werk altijd met handschoenen aan. Tomaten maken een stofje aan dat in de haartjes op de stengel zit, waarmee ze insecten op afstand houden. Vrij veel mensen zijn daar gevoelig voor, ik ook.”
 

8. Einde seizoen

“Eind september is het ongeveer gedaan met de tomatenteelt. De dagen worden te kort en te koud om nog vruchten af te laten rijpen. Het is dan zaak de planten goed in de gaten te houden en te controleren op ziektes. Je wil de kou voor zijn. Zodra je ziet dat een plant verzwakt, haal je hem het best meteen weg. Bij bruin of geel blad kom je direct in actie. Het allerliefst blijf je de ziektes voor, want het is lastig om bijvoorbeeld Phytophthora uit de kas en de grond te kwijt te raken. Als alle tomaten rijp zijn kan een plant sowieso weg, maar ik pluk vaak de laatste tomaten groen en laat ze binnen doorrijpen. Gooi het tomatenloof niet op de composthoop. Ten eerste omdat je geen ziektes wilt verspreiden met de compost, maar tomaat verteert ook slecht en kan daarom beter in de groencontainer.”
“Als het echt gedaan is met de oogst, zul je het daarna moeten doen met je zelf ingemaakte tomaten. Geweckt of verwerkt tot saus kun je er nog lang van genieten. In de winter mis ik onze verse tomaten enorm. Het verschil tussen eigen kweek en tomaten uit de winkel is immens. Een goede tomaat is net een bouillonblokje, zoveel smaak zit eraan. Als het volgende jaar de eerste tomaat weer geoogst kan worden, is het feest.”
 

Meer handige tips voor de tuin?

In de special Tuintips vind je een complete tuinkalender. Alles over de moestuin, siertuin en fruittuin.

Bekijk hier