Oude fruitrassen van Noord-Nederland op De Baggelhof

Oude fruitrassen van Noord-Nederland op De Baggelhof

Lubbert Dijk spiekt voor de volledigheid in een beduimeld schriftje met daarin een lange lijst van de oude fruitrassen die in zijn kwekerij staan. Het kost hem echter weinig moeite om op te lepelen welke karakteristieke appels en peren in de boomgaard op een willekeurige plaats in Noord-Nederland thuishoren. Kwekerij De Baggelhof is een schatkamer vol ‘vergeten’ fruit dat namen draagt als Swaanappel, Zomer Zijden Hempje, Valkappel en Doeke Martens.

Opvallend van de fruitbomen in Noord-Nederland is dat de bomen niet zo hoog worden, zeker op de Drentse zandgronden. Echte hoogstammen zijn typisch voor het Zuid-Nederlandse rivierengebied, zegt Lubbert Dijk.

Lubberts tips voor fruitbomen:

  • Plant altijd in een vorstvrije periode. Zandgrond: november tot voor de Kerst. Kleigrond: voorjaar tot half april.
  • Nadat je een plantgat van 50 bij 50 centimeter hebt uitgestoken, er een paal in hebt gestoken en de boom hebt geplaatst, vul je het gat met een mix van de uitgespitte aarde, kalk en potgrond.
  • Halverwege het vullen even schudden met de wortels, zodat de aarde er mooi tussen komt. Aandrukken en verder vullen.
  • Geef jonge bomen jaarlijks een kilo kalk: deels gemengd door de aarde en deels over het toegedekte plantgat gestrooid.
  • Na het planten bedek je de grond met een laagje stalmest of compost, waarbij je voorkomt dat de mest tegen de stam komt te liggen.
  • In het algemeen groeien fruitbomen op zandgrond minder ver uit en volstaat een plantafstand van 7 tot 8 meter. Zet op klei de fruitbomen op 9 meter afstand van elkaar.
  • De afstand hangt een beetje af van het ras: Princesse Noble is bijvoorbeeld een klein boompje, terwijl Bramley's Seedling of Laxton's Superb zo 2 meter of meer in omtrek nodig hebben.
  • Perenbomen zijn over het algemeen hoger en smaller dan appelbomen, en doen het daarom goed langs paden of opritten.
  • Spreid het risico van plagen en ziektes door rassen en soorten af te wisselen.
  • Bestuiving gaat in een gemengde boomgaard meestal wel goed, zeker wanneer er een zoete appel tussen staat. Bovendien maken de bestuivende bijen gebruik van alle fruitbomen in een straal van twee kilometer. De bomen van het hele dorp helpen dus om elkaar te bestuiven.
  • Snoeien is een kwestie van niet bang zijn, het is niet moeilijk. Belangrijk is om te weten welke boomvorm je voor ogen hebt: ieder ras heeft zijn eigen vorm. Snoeien is het belangrijkst in de eerste vijf jaar na de aanplant.
  • Om optimaal te leren snoeien: volg een snoeicursus bij de Fruithof (www.defruithof.nl)

Almanak 2019

De Landleven Almanak 2019! Nog steeds de kleinste maar beste raadgever voor de tuinier, moestuinier, dierenhouder en natuurliefhebber.

Bestel hier
-->