Prettig onder dak
Een niet afgetimmerd boerderijdak heeft iets weg van een primitieve tent. Het is een geraamte dat wordt afgedekt om weer en wind buiten te houden. De daken van boerderijen verschillen echter wel van streek tot streek.
|
Boerderijdaken vertellen, voor wie er oog voor heeft, veel over het gebouw dat ze afdekken. De Noord-Hollandse stolp spant daarbij de kroon, alleen al door zijn omvang. Het imponerende piramidevormige dak van een stolp wijst op de noodzaak om grote hoeveelheden hooi op te slaan: er moesten ’s winters veel herkauwende monden worden gevuld. Het model van de piramide verraadt of er in het gebouw een enkele of een dubbele grondtas (hooivak) aanwezig is. Bij een enkele grondtas is de piramide min of meer vierkant en heeft zij niet of nauwelijks een nok. Bij een dubbele grondtas is de piramide rechthoekig en heeft zij een serieuze nok. Feitelijk is er nu sprake van een schilddak. Tentdak, schilddak, piramide? De verschillende typen op een rijtje.
Tentdak
Een tent- of puntdak wordt gevormd door vier (of meer) driehoekige dakschilden die boven in een punt bij elkaar komen. Betreft het een echt hoog dak, dan wordt ook wel over een piramidedak gesproken. Het voordeel van dit daktype zit hem vooral in het enorme volume dat door de bouwwijze ontstaat. Een ruimte die zich met name goed leent om er ruwvoer (hooi) in op te slaan. Daken met een piramidedak komen we met name tegen bij stolpboerderijen.
Zadeldak

Het zadeldak is de bekendste dakvorm. De nok loopt midden over het huis en is net zo lang als de zijgevels. Het dak kent in de meeste gevallen twee identieke dakhelften. Het voordeel van deze dakvorm is de relatief eenvoudige constructie. Het zadeldak komen we tegen bij de boerderijen van het hallehuistype in Drenthe en Overijssel, op de woongedeelten van de boerderijen van het Friese huisgroeptype (waaronder de kop-hals-rompboerderijen) en de boerderijen van het Zeeuwse en het Vlaamse schuurgroeptype.
Schilddak

Het schilddak (of de schildkap) kent twee driehoekige schilden aan de korte zijden en twee trapeziumvormige dakvlakken aan de lange zijden van het gebouw. De nok is dus minder lang dan de zijgevels. Meestal hebben de vier dakvlakken dezelfde hellingsgraad. Van alle daktypes is het schilddak, samen met het tentdak, het beste bestand tegen windstoten en storm. Schilddaken zijn dan ook veel toegepast in open gebieden met veel wind. Een nadeel is dat er minder ruimte op zolder is dan bij een zadeldak.
Wolfsdak

Een wolfsdak, ook wel wolfdak of zadeldak met wolf(s)einden, lijkt op een schilddak, alleen zijn de schilden kleiner. Hierdoor heeft de gevel eronder een afgeknotte punt. Vaak is de helling van de wolfseinden groter dan die van de aangrenzende dakvlakken. Het voordeel van deze dakvorm is, net als bij het schilddak, de grote windbestendigheid. Er is minder ruimteverlies dan bij een volledig schild. Overigens heeft de naam niets met ‘wolven’ te maken, vermoedelijk is het een verbastering van welven, glooien. Daken met wolfseinden komen we tegen bij de boerderijen van het hallehuistype in Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland en de boerderijen van het dwarshuistype in Brabant.
Mansardedak

Een mansardedak, ook wel gebroken dak of gebroken kap genoemd, heeft naar buiten geknikte dakvlakken. Het onderste dakvlak is daarbij altijd steiler dan het bovenste, dat zelfs (praktisch) horizontaal kan liggen. Niet zelden treffen de dakvlakken elkaar boven bij een geheel plat dak, vooral bij de viervoudige variant. De tweevoudige mansarde (eigenlijk een naar buiten geknikt zadeldak) eindigt praktisch altijd in een nok. Het voordeel van een mansardedak bestaat naast ruimtewinst op zolder, die door de gecompliceerdere constructie vaak groter lijkt dan zij is, uit meer inhoud en daardoor de mogelijkheid tot een betere luchtcirculatie. Dat is een voordeel bij de opslag van bijvoorbeeld graan.
Lessenaarsdak

Een lessenaarsdak bestaat uit slechts één meer of minder hellend dakvlak. Een lessenaarsdak is erg eenvoudig en op het boerenerf te vinden op bijvoorbeeld kippenhokken en kapschuren.
Snelreparatie

Om tijdelijk een slechte plek in een rieten dak te fixeren werd in het verleden een eenvoudige houten of ijzeren eg gebruikt. Die werd met de tanden in het riet gedrukt. De tanden hielden de boel bij elkaar. Zo werd voorkomen dat de plek tijdens harde wind groter werd en in het ergste geval daardoor zelfs het dak grondig vernield zou worden.
Vallende mussen
‘Tjonge wat is het warm, de mussen vallen van het dak…’. Een wonderlijke uitspraak, want wie ziet er ooit mussen van een dak vallen? Oorspronkelijk sprak men dan ook niet over mussen maar over mossen. En mossen, vooral die op rieten daken, vallen tijdens langdurige droogte inderdaad volop naar beneden.
Dit artikel kunt u nalezen in Landleven nummer 7 ( oktober/november 2010)
Gepubliceerd op: 12 oktober 2010
Laden ...
Jam en chutneys
Warme en koude dranken
IJsrecepten
Feestrecepten
Seizoensrecepten
Streekgerechten
Bakrecepten
Zelf bouwen
Schikkingen
Handwerken
In de tuin
Zelf wijn maken
