Friese huisgroep
Deze boerderijtypen zien we in Groningen, Friesland en Noord-Holland. Tot deze groep behoren onder andere de Oldambtster boerderij, de stolp, de stelp en de kop-hals-rompboerderij.
|
Boerderijen van dit type hebben een aantal specifieke kenmerken. In de eerste plaats hebben ze forse schuren met grote, laag aflopende dakvlakken. Tweede kenmerk is de Friese stal. Daarin staan de koeien twee aan twee opgesteld tussen schotten, met de koppen naar de buitenmuur gekeerd. Achter de dieren langs loopt een diepe mestgoot, de grup. De oogstopslag bevindt zich in de brede middenbeuk van de boerderij en de deel in één van de zijbeuken. Het gebinttype is het zogenaamde 'dekbalkgebint', waarbij de horizontale verbindingsbalk op de koppen van de gebintstijlen is opgelegd.
Boerderijen in Friesland
In Friesland komen drie boerderijtypen voor: de kop-hals-rompboerderij, de stelp en de Bildtse boerderij. Hier vindt u een omschrijving van de Friese boerderijtypen.
Bildtse boerderij
Het Bildt in het noordwesten van Friesland is van oudsher een akkerbouwgebied. Daardoor is er een boerderijtype met een grote zaadzolder ontstaan. Die ontstond door het woonhuis te verlengen. Typerend is ook dat de grote, Friese schuur haaks aan het woonhuis is gebouwd. De Bildtse boerderijen hebben daardoor een karakteristieke L-vormige plattegrond.
Kop-hals-rompboerderij
In de kop-hals-rompboerderij is globaal een functionele driedeling gemaakt: wonen in het voorhuis, werken in de hals en oogstopslag en veestalling in de schuur. Heeft zo'n boerderij een melkkelder onder het voorhuis, dan was de toenmalige boer veehouder. En als het woonhuis is verlengd, dan was de boer akkerbouwer. Een verlengd voorhuis bood immers een grotere zaadzolder.
Stelp
De Friese stelpboerderij is als het ware een kop-hals-rompboerderij zonder kop en hals. Bij dit type bevinden de woon- en werkruimtes zich onder het grote schuurdak. Dit boerderijtype is jonger dan de kop-hals-rompboerderij. Het is ontstaan in een tijd van geringere economische voorspoed.
Boerderijen in Groningen
In Groningen vinden we de dwarshuisboerderij en de Oldambster boerderij. Hier vindt u een beschrijving van beide boerderijtypen.
Dwarshuisboerderij
Toen de welvaart van de Groningse herenboeren halverwege de negentiende eeuw sterk steeg, ontstond het verlangen om grotere en luxueuzere woonhuizen te bouwen. Niet alleen om geriefelijker te wonen, maar ook om welvaart en status te tonen. Het resultaat van deze ontwikkeling zijn de dwarshuis- en villaboerderijen. Om de steeds maar groeiende oogsten te kunnen opslaan, werden bij deze boerderijen vaak enorme twee- of meerkapsschuren gebouwd.
Oldambtster boerderij
Boerderijen van het Oldambtster type zijn omstreeks 1720 vanuit Oost-Friesland in Oost-Groningen ingevoerd. Bij dit boerderijtype liggen woonhuis en schuur in elkaars verlengde. Het woonhuis is meestal smaller dan de schuur. De karakteristieke verspringingen van de zijgevels die het verschil in breedte overbruggen, worden 'krimpen' genoemd.
Boerderijen in Noord-Holland
In Noord-Holland komen de hooihuisboerderij, de Wieringse boerderij en de stolp voor. Hier vindt u een beschrijving van deze boerderijtypen.
Hooihuisboerderij
De hooihuisboerderij zoals die in Waterland voorkomt, herinnert aan het woonstalhuis dat vóór de zeventiende eeuw in Noord-Holland het gangbare boerderijtype was. Kenmerkend is de dubbelrijige Friese stal die in het verlengde van het woonhuis ligt. Vanaf de zeventiende eeuw werd tegen het stalgebouw een betimmerde, vaste hooiberg gebouwd. Vandaar de naam 'hooihuisboerderij'.
Wieringse boerderij
De Wieringse boerderij is ontstaan uit een traditioneel Noord-Hollands woonstalhuis. Dwars op het stalgedeelte werd een tweebeukige dwarsdeelschuur aangebouwd, waardoor er een haakse vorm ontstond. De achtergevel van de boerderij wordt gevormd door een hoge, zwart geteerde houten wand. Daarin bevinden zich de deeldeuren.
Stolp
Het hart van de stolp is het vierkant dat wordt gevormd door twee met elkaar verbonden dekbalkgebinten. In het vierkant bevindt zich de centrale hooitas (-opslag). Daar omheen, in de zijbeuken, liggen de stalruimtes, de deel en de woon- en werkvertrekken. De stolp kent veel varianten. Zo is er bijvoorbeeld een type met een uitgebouwd woonhuis en een type met een uitgebouwde stal of stalstaart. De stolpboerderij is ontstaan in het begin van de zeventiende eeuw. Dat was de tijd van de grote droogmakerijen, waarin rijke stedelingen hun geld investeerden.
Gepubliceerd op: 04 juni 2009
Laden ...
Jam en chutneys
Warme en koude dranken
IJsrecepten
Feestrecepten
Seizoensrecepten
Streekgerechten
Bakrecepten
Zelf bouwen
Schikkingen
Handwerken
In de tuin
Zelf wijn maken
