Bomen snoeien op eigen erf: Handgereedschap
Voor het snoeien van bomen is er een ruime keuze aan scharen en zagen. De dikte van de takken, de hoogte waarop ze zich bevinden en de hoeveelheid takken bepalen welk snoeigereedschap u het beste kunt gebruiken.
|
Snoeischaar
De snelste manier van werken is met de snoeischaar. Deze is geschikt voor takken tot maximaal 20 millimeter dikte en voor plaatsen waar u, vanaf de grond of de ladder, goed bij kunt. Er bestaan grofweg twee typen snoeischaren: een waarbij (net als bij een gewone schaar) twee scherpe ‘messen’ langs elkaar bewegen, en een waarbij één mes op een soort aambeeld stuit. Bij het laatste type hoeft minder kracht te worden gezet. Wel kan het ‘brede’ aambeeld plaatselijk wat bast beschadigen, waardoor het sluiten van de wond bemoeilijkt wordt. Professionals werken bij voorkeur met de eerste variant. Kost het u moeite om kracht te zetten, dan is een elektrische snoeischaar wellicht iets voor u.
Takkenschaar

Werken met de snoeischaar is geen grote kunst. Knip de te verwijderen takken haaks af en doe dit dicht bij de zogenaamde takkraag, de verdikte basis van de tak. Let er daarbij op dat deze niet wordt beschadigd.
Wanneer u merkt dat het hout te dik is voor een gewone snoeischaar, stapt u over op een takkenschaar. Dit is een snoeischaar met 50 tot 65 centimeter lange hefboomarmen. Zeker als de constructie is voorzien van een zogenaamde dubbele hefboomoverbrenging, kunnen met minimale krachtsinspanningen flinke takken gesnoeid worden. De schaar is geschikt voor takken tot circa 40 millimeter dikte.
Worden uw armen te kort, haal dan geen halsbrekende toeren uit, maar neem de stokschaar. De stok- of boomschaar is een snoeischaar waarmee, afhankelijk van de steellengte, vanaf de grond tot op ruim vijf meter hoogte gesnoeid kan worden. Stokscharen zijn er zowel met papegaaienbek als met aambeeld-knipmechanisme en worden bediend met een trekkoord.
Snoeizaag

Scharen zijn ongeschikt voor te dikke takken. Doormodderen met een schaar in te dik hout werkt onplezierig, geeft een slecht (rafelig) resultaat en vernielt op den duur mooi gereedschap. Gebruik de handzaag voor de klussen binnen handbereik en de stokzaag voor verder weg.
Het grote verschil tussen het blad van een goede snoeizaag en dat van de meeste andere zagen is dat de tanden andersom zijn geslepen. Hierdoor wordt niet bij de duwende, maar bij de trekkende beweging gezaagd. Vaak zit er bovendien een soort haak aan het uiteinde van het blad, waardoor de zaag niet onbedoeld uit de zaagsnede kan worden getrokken.
Het zagen van dikkere takken begint met een ondiepe zaagsnede aan de onderzijde. Zaag de tak daarna met een nieuwe zaagsnede geheel door vanaf de bovenzijde. Helemaal doorzagen van onderaf zal in de meeste gevallen niet lukken doordat het gewicht van de tak de zaagsnede dichtknijpt.
Echt dikke takken (vanaf polsdik) kunnen het beste in twee etappes worden gezaagd. Hierdoor wordt inscheuren van het blijvende hout voorkomen. Haal eerst het leeuwendeel weg tot ongeveer een halve meter vanaf de uiteindelijke zaagplek. Verwijder daarna de laatste ‘stomp’. Net als bij het werken met de snoeischaar dient dit dicht bij de takkraag te gebeuren.
De stok- of takkenzaag is hét gereedschap voor alle hoger gelegen serieuze takken.
Stevige ladder
Snoeien begint met het goed plaatsen van de ladder. Hiervoor bestaat een eenvoudig foefje: zet na plaatsing uw tenen tegen de onderzijde van de ladder. Als u nu rechtstandig met gestrekte armen de sport op schouderhoogte voor u kunt aanraken, dan staat de ladder onder de juiste hoek. Zo niet, schuif dan de ladder zodanig tot deze situatie bereikt is. ‘Zeker’ de ladder tegen wegglijden met een stevig stuk touw rond de stam. Laat zodra u iets hoger komt te werken iemand anders de ladder vasthouden. Het werken op een ladder is immers niet ongevaarlijk. De meeste ongelukken in en om het huis gebeuren met ladders en (huishoud)trapjes.
Ladders zijn er van hout en tegenwoordig vooral van aluminium. Een houten ladder oogt fraai, maar aluminium ladders zijn door hun relatief geringe gewicht en sterke constructie het meest praktisch. Een goede ladder loopt onderaan wijder uit, wat een grotere stabiliteit geeft.

Veiligheidsbril, werkhandschoenen en helm
- veiligheidsbril beschermt de ogen tegen neerdwarrelend zaagsel, in het gezicht zwiepende twijgen en naar beneden vallende takken. Een serieuze aanrader dus.
- Werkhandschoenen zijn geen overbodige luxe. Ze houden de handen schoon, voorkomen blaren op uw handen, geven grip en bieden een zekere mate van bescherming, bijvoorbeeld bij het wegschampen van de zaag.
- Helm niet overdreven. Een helm biedt bescherming bij onverwachts naar beneden vallende stukken (dood) hout. Het gebruik van een helm bij snoeiwerkzaamheden lijkt wellicht wat overdreven, maar is dat zeker niet.
Tips van de vakman
Snoeien is een regelmatig terugkerend karwei dat in de loop der jaren ‘in de vingers’ gaat zitten. Frits Essenstam, hoofd terreindienst bij de Hoenderloo Groep, geeft de volgende tips.
- Laat het aan iemand in uw omgeving weten wanneer u alleen met een ladder aan het werk gaat. Mocht er iets mis gaan, dan weet men u te vinden.
- Beklim de ladder zoals een kat dat zou doen: verplaats om beurten tegelijk uw rechterarm en rechterbeen, linkerarm en linkerbeen. Dit geeft de grootste stabiliteit.
- Houd gereedschap steeds in de hand vast en laat u niet verleiden het in uw zak weg te stoppen. Dat laatste vergroot aanzienlijk de kans op verwondingen bij een eventuele val.
- Kies bij het werken met de stokzaag een plekje dicht bij de stam. Hoe dichter bij de boom, hoe minder deze tijdens het zagen gaat zwiepen. Door deze positie vergroot u wel de kans een stuk (dood) hout op uw hoofd te krijgen. Daarom is een helm van levensbelang.
- Neem tijdens het werk regelmatig even afstand van de klus door rond de boom te lopen. Kijk of het werk naar uw zin vordert, of er geen belangrijke takken over het hoofd worden gezien en of u niet te veel weghaalt; u mag jaarlijks maximaal 20 procent van de boomkroon snoeien.
Techniek voor leilinde
Snoei een leilinde van beneden naar boven en van buiten naar binnen. Door van beneden naar boven te werken hebt u niet alleen goed zicht op de klus, maar voorkomt u ook dat weggeknipt materiaal blijft hangen op nog niet verwijderde takken. Door van buiten naar binnen te werken ontlast u de ‘armen’ op een gunstige manier; het grootste deel van het gewicht bevindt zich steeds aan de stamzijde. Probeer tijdens het snoeien het ontstaan van ‘stompjes’ zo veel mogelijk te voorkomen. Dat geeft een netter resultaat: achterblijvende stompjes produceren een explosie van nieuwe loten.
Wordt de linde jaarlijks gesnoeid, dan zijn de takken dun genoeg om met een snoeischaar te worden weggeknipt. Wie handig met de hiep is, kan deze klus daarmee ook snel en efficiënt klaren.
Voorzichtig met beuk
Door de gladde bast is de beuk gevoelig voor zonnebrand. Laat daarom kleine takjes met blad staan. Deze bieden de stam de nodige schaduw. Probeer zo te snoeien dat het bijna niet opvalt. Een knop boven op een doorgeknipte tak zal na uitlopen de wond verhullen.
Snoeischaar en -zaag, zowel de compacte als de lange versie, zijn bij deze klus het aangewezen gereedschap. De hiep is voor snoeiwerkzaamheden aan een beuk ongeschikt. Deze werkt te rigoureus en past slecht bij de wens jonge twijgjes te laten staan.
De complete reportage vindt u in Landleven nummer 6, september 2010
Gepubliceerd op: 20 augustus 2010
Laden ...
Jam en chutneys
Warme en koude dranken
IJsrecepten
Feestrecepten
Seizoensrecepten
Streekgerechten
Bakrecepten
Zelf bouwen
Schikkingen
Handwerken
In de tuin
Zelf wijn maken