Biologische moestuin aanleggen
Wilt u moestuinieren zonder bestrijdingsmiddelen? Dit is mogelijk in een biologische moestuin.
|
Groenten zijn geen gemakkelijke planten om te telen. Ze stellen hoge eisen. De voornaamste zijn een gunstig microklimaat, voedselrijke grond met een goede structuur en een intensieve verzorging. Naarmate u er beter in slaagt om aan deze eisen te voldoen, zullen de groenten beter gedijen. In een met zorg aangelegde en goed onderhouden moestuin doen ze het zelfs zo goed, dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen achterwege kan blijven.
Hagen aanplanten
Omdat verreweg de meeste groenten van warmte houden, moet de moestuin op een zonnig en beschut plaatsje worden aangelegd. Mocht de nodige beschutting ontbreken, dan kan er aan de winderige west- en noordzijde van het perceel een haag worden aangeplant. Kies voor een haag die ook in het vroege voorjaar beschutting geeft, bijvoorbeeld een groenblijvende haag of een beukenhaag.
Het is een oud gebruik om de moestuin helemaal te omhagen, maar dat is niet verstandig. Wie ook aan de zuidzijde een groene windkering aanplant, zet daarmee een deel van de groenten in de schaduw. En een haag aan de oostzijde van de tuin vergroot de kans op vorstschade in het vroege voorjaar.
Hagen keren niet alleen de wind, ze verkleinen ook de kans op plagen. Veel van de dieren die in en onder de struiken dekking vinden (bijv. vogels, insecten, padden en egels) bejagen namelijk de belagers van de groenten.

Grondbewerking
Moestuinieren lukt alleen op grond die mooi los is. Zware grond, bijvoorbeeld klei, kunt u in goede conditie brengen door te spitten. Doe dit bij voorkeur in het najaar. De kluiten die bij deze grondbewerking ontstaan, zullen dan bij vorst in de winter uiteen vallen.
Op redelijk losse grond, bijvoorbeeld zand en veen, is het beter om een zogenaamde 'niet-kerende' grondbewerking uit te voeren met bijvoorbeeld de riek, cultivator of grelinette. Omdat hierbij de grondlagen niet worden omgekeerd, blijft de voedzamere bovengrond bovenop liggen en daar profiteren straks de groenten van.
Een bijkomend voordeel van een niet-kerende grondbewerking is dat er in het voorjaar minder onkruiden zullen kiemen. De meeste tuinonkruiden behoren immers tot de groep van de 'verstoringsplanten', allemaal soorten die massaal kiemen na een ingrijpende grondbewerking als spitten.
Hoofdpad
Nadat de hagen zijn geplant en de grond is bewerkt, wordt de moestuin ingericht. Omdat groenten een intensieve verzorging vragen, moet voor een praktisch ontwerp worden gekozen. De indeling van de traditionele boerenmoestuin is wat dit betreft ideaal. In zo'n tuin tref je altijd een hoofdpad aan. Dat loopt over de hele lengte van de tuin en is breed genoeg, minimaal zeventig centimeter, om met een kruiwagen te worden bereden. Dit pad kan door het midden van de tuin lopen, maar er is ook veel voor te zeggen om het aan de zijkant langs een haag aan te leggen. Een haag onttrekt namelijk veel voedsel en water aan de grond, zodat de aangrenzende strook minder geschikt is voor de teelt van groenten.
Zijpaden en teeltbedden
Loodrecht op het hoofdpad komen de zijpaden. Deze zijn minimaal 30 cm breed en lopen over de hele breedte van de tuin. Tussen de zijpaden worden de teeltbedden aangelegd. Omdat groenten slecht groeien op aangetrapte grond, moet u ervoor zorgen dat deze bedden tijdens het tuinieren niet betreden hoeven te worden. U kunt ieder stukje probleemloos vanaf een zijpad bereiken, als de bedden niet breder worden gemaakt dan 120 cm. Dat betekent dat de zijpaden op dezelfde afstand van elkaar worden aangelegd.
Zorg er ook voor dat de lengte-as van de teeltbedden van noord naar zuid loopt. De groenten die in rijen over de hele lengte van de bedden worden geteeld, kunnen dan optimaal van het zonlicht profiteren.
Biologische bemesting
Nadat de moestuin is ingericht, worden de teeltbedden bemest. Houd er daarbij rekening mee dat de vitaalste groenten worden verbouwd op grond die de voedingsstoffen heel geleidelijk afgeeft. Deze ideale situatie kan worden bereikt door geen kunstmest, maar organische meststoffen te gebruiken; oude stalmest en/of compost, aangevuld met hulpmeststoffen als patentkali, bloedmeel en landbouwkalk. Welke hoeveelheden nodig zijn is afhankelijk van de grondkwaliteit en kan alleen worden bepaald aan de hand van een grondonderzoek.
Compost- en mestplaats
Tenslotte moet er nog een plaatsje worden gevonden voor de compost- en mesthoop. Omdat het handig is de bodemverbeteraars per kruiwagen te transporteren, kan de compost- en mestplaats het beste worden aangelegd aan het eind van het hoofdpad. Houd er rekening mee dat tuinafval en verse stalmest het beste verteren op een beschut en beschaduwd plaatsje. Plant daarom op of bij de compostplaats een boom, haag of enkele struiken aan.
Gepubliceerd op: 04 juni 2009
Laden ...
Jam en chutneys
Warme en koude dranken
IJsrecepten
Feestrecepten
Seizoensrecepten
Streekgerechten
Bakrecepten
Zelf bouwen
Schikkingen
Handwerken
In de tuin
Zelf wijn maken