Appel- en perenwijn
Wijn van appel of peer kan volgens hetzelfde recept worden gemaakt. In smaak zijn er wel verschillen; meestal is perenwijn wat zachter (flauwer) dan appelwijn. Maar dat is relatief: wanneer u wrange zure peren gebruikt, krijgt u toch een kittiger wijn dan van zoete appels. Ook bij de zwaardere wijnen van appel of peer zijn de recepten inwisselbaar. Wel worden er van een aantal perenrassen speciale wijnen gemaakt met een voor dat ras kenmerkend aroma. Appel en peer laten zich trouwens ook goed mixen; wat peren in de appelwijn of andersom geeft vaak net wat extra aroma.
|
Dessertwijn van appel en/of peer
Deze wijn ontwikkelt een alcoholpercentage van ongeveer 16 tot 18%. Voor een lichtere wijn wordt minder suiker toegevoegd en gebruik gemaakt van een minder sterke gistsoort.
Benodigdheden (per 5 liter wijn):
- 2,5 l sap van appels, eventueel met wat peren en andere vruchten, zoals sierappeltjes of
kweepeer
- 250 g rozijnen (wellen en fijnmaken) of twee flinke eetlepels moutextract
- 1 tot 1,2 kg suiker (geïnverteerd, zie wijnmaken);
- 1 mok sterke thee (van één of twee zakjes);
- 1 afgestreken theelepel gistvoedingszout;
- 1 ruime theelepel citroenzuur;
- pecto-enzyme (zie verpakking);
- 1 theelepel gist (Maxiferma of een andere all-purpose gist).
Bereiding
- Doe de fijngemaakte gewelde rozijnen of het moutextract bij het sap en verhit het tot
tegen de kook (90 °C);
- Hebt u geen thermometer, zet dan het gas uit zodra de vloeistof begint te borrelen.
- Voeg dan de helft van de benodigde suiker toe (eerst in water oplossen en inverteren) en de thee.
- Wanneer dit sapmengsel (de most) is afgekoeld kan het in de gistingsfles.
- Voeg nu het gistvoedingszout, citroenzuur, pecto-enzymen en gist toe.
Let op: wanneer u de gist en enzymen toevoegt mag de most niet warmer zijn dan 25 °C, ideaal is ietsje boven kamertemperatuur.
Laat nu de fles een weekje stevig gisten. De vloeistof komt dan wat tot rust. Nu kan de resterende suiker erbij. Dat geeft de gisting een nieuwe impuls. De suiker wordt in gedeelten toegevoegd omdat de most anders in het begin te zoet is voor een snelle ontwikkeling van de gist.
Wanneer na een week of twee het heftige schuimen*) is afgenomen, kan de fles geleidelijk worden afgevuld met (goed afgekoeld) gekookt water.
Zodra de wijn is uitgegist (het waterslot borrelt dan nog maar af en toe) kan de fles naar een koeler vertrek om te klaren. De wijn begint dan helderder te worden, en er is een flinke laag bezinksel op de bodem zichtbaar. Dat is het moment om de wijn over te hevelen naar een schone fles. Doordat de droes in de eerste fles achterblijft, moet de nieuwe fles weer worden bijgevuld met gekookt, afgekoeld water. Zet de fles dan weer in een warm vertrek om nog wat na te gisten. Daarna is de wijn klaar. Ook kunt u de fles koel laten staan en wachten tot de nagisting komend voorjaar op gang komt. Dit geeft een wat betere smaakontwikkeling. In principe wordt dit soort wijnen beter wanneer u ze een jaartje laat staan, maar doorgaans ontdekt u al tijdens het klaren (dan even proeven natuurlijk) dat het al een prima drinkbare wijn is.
*) Tijdens de periode van de heftige gisting is het goed de fles van tijd tot tijd even wat de schudden, zodat het koolzuur sneller wordt afgevoerd.
Gepubliceerd op: 21 september 2010
|
Deel dit recept via: |
|
Laden ...
Jam en chutneys
Warme en koude dranken
IJsrecepten
Feestrecepten
Seizoensrecepten
Streekgerechten
Bakrecepten
Zelf bouwen
Schikkingen
Handwerken
In de tuin
Zelf wijn maken