Voorjaar 2009 goed seizoen voor zangvogels
Het broedseizoen van 2009 verliep voor in Nederland broedende zangvogels bijzonder gunstig. Dat concluderen onderzoekers van het Vogeltrekstation, onderdeel van het Nederlands Instituut voor Ecologie, en van SOVON Vogelonderzoek Nederland.
|
Sinds 1994 voeren deze organisaties een gezamenlijk onderzoek uit waarbij door middel van het op gestandaardiseerde wijze vangen en ringen van zangvogels jaarlijks het broedsucces en de overleving van de vogels in kaart worden gebracht. Het goede broedseizoen werd veroorzaakt door een warm voorjaar in combinatie met veel voedsel.
Beste seizoen sinds 1994
Sinds de start van het zogenaande 'Constant Effort Sites'-project (CES) in 1994 was het broedsucces niet zo hoog als in 2009. Het goede broedseizoen was merkbaar in alle habitats en bij een divers scala aan soorten, met een lichte voorsprong voor vogels van bossen en voor standvogels. Natuurlijk waren er winnaars en verliezers. Mezen deden het zeer goed, en ook soorten zoals winterkoning, roodborst, kleine karekiet en gekraagde roodstaart brachten veel jongen groot. Merel, heggenmus en kneu wisten echter helemaal niet te profiteren van de goede omstandigheden. Het aantal winnaars was in 2009 echter veel groter dan het aantal verliezers: van de 32 meest talrijke zangvogelsoorten was van 26 het broedsucces hoger dan gemiddeld. De resultaten uit het CES worden bevestigd door voorlopige gegevens uit het Nestkaartenproject van SOVON, en door enkele langlopende populatiestudies aan holenbroedende vogels van het Nederlands Instituut voor Ecologie en de Rijksuniversiteit Groningen.
Zeer warm en zonnig
Volgens het KNMI was 2009 (opnieuw) een jaar waarin het veel warmer was dan normaal. 2009 was één van de zonnigste jaren sinds de start van de metingen, en er viel weinig regen. Het voorjaar was warm en droog. De zomer was eveneens warm maar bood in de tweede helft ook flinke regen‐ en onweersbuien. Het droge voorjaar en begin van de zomer heeft een gunstig effect gehad op de overleving van de kwetsbare jonge vogels. Ook was er voldoende voedsel: in de bossen waren in het late voorjaar veel rupsen te vinden. Rupsen vormen het stapelvoedsel van veel zangvogels, en deze konden daarom vaker en succesvoller dan gebruikelijk een tweede broedsel groot brengen.
De unieke combinatie van goed weer en veel voedsel heeft de Nederlandse vogels in 2009 in de kaart gespeeld. Het Constant Effort Site project In het Constant Effort Site (CES) project worden op circa 45 plaatsen in Nederland gedurende het broedseizoen vogels gevangen en geringd. Het CES project wordt vrijwel volledig uitgevoerd door vrijwliggers en is opgezet om voor een groot aantal vogelsoorten demografische gegevens te verzamelen. Veranderingen in demografische processen zoals broedsucces en overleving zijn bepalend voor aantalsveranderingen die pas op langere termijn zichtbaar worden. De CES-gegevens zijn al binnen enkele maanden na het broedseizoen beschikbaar en vormen dus een belangrijke early warning voor te verwachten ontwikkelingen in de Nederlandse vogelbevolking. In veel Europese landen en in Noord‐Amerika wordt op dezelfde wijze de demografie van vogels gemeten. De gegevens worden onder meer gebruikt om de gevolgen van klimaatverandering op de demografie van vogels te onderzoeken.
Foto: Koolmees voert een van zijn jongen / Harvey van Diek
Gepubliceerd op: 14 januari 2010
| Plaats dit artikel op: |
|
|
> Meld u aan voor de gratis wekelijkse Landleven-nieuwsbrief |
|
Laden ...
Jam en chutneys
Warme en koude dranken
IJsrecepten
Feestrecepten
Seizoensrecepten
Streekgerechten
Bakrecepten
Zelf bouwen
Schikkingen
Handwerken
In de tuin
Zelf wijn maken